Het langebaan schaatsen wordt als wedstrijdvorm al meer dan een eeuw beoefend. Er wordt geschaatst op een standaardbaan (meestal een 400 meter-baan), die bestaat uit twee gescheiden schaatsbanen. De zijkanten van de schaatsbaan worden gemarkeerd door een sneeuwrand of blokjes. Het langebaan schaatsen kent wedstrijden over verschillende afstanden, zowel voor dames (meisjes) als heren (jongens). Via loting rijden er steeds twee rijders tegen elkaar. Er wordt geschaatst tegen de wijzers van de klok in, d.w.z. dat de binnenkant van de baan links van de rijder is. De deelnemers wisselen op de kruising steeds van baan, zodat ze bij elke volle ronde dezelfde afstand rijden.
Er worden wedstrijden gehouden over meerdere afstanden, te weten; 100 meter, 300 meter, 700 meter, 500 meter, 1000 meter, 1500 meter, 3000 meter, 5000 meter, 10000 meter. De wedstrijden worden soms verreden in een meerkamp en dit kan meerdere dagen beslaan. Het puntentotaal is uiteindelijk bepalend voor het eindklassement.
Klassementen uitrekenen Het is mogelijk de klassementen bij de kampioenschappen zelf uit te rekenen. Het aantal seconden dat een schaatser behaald heeft op de 500 meter wordt als het aantal punten gerekend; voor de 1000 meter wordt de helft van het aantal seconden als punten geteld, voor de 1500 meter een derde, voor de 3000 meter een zesde, voor de 5000 meter een tiende en voor de 10.000 meter een twintigste van het aantal seconden. Het puntentotaal moet in drie cijfers achter de komma worden genoteerd, met weglating van de vierde decimaal.
Schema's Schema’s zijn afspraken die de schaatser met zijn coach maakt over het verloop van een rit. De schaatser en de coach hebben een bepaald idee over de tijd die gereden kan worden. Ze spreken af op welke tijd wordt gemikt. Omdat na elke 400 meter een tussentijd wordt geregistreerd, kan de coach zien of de rijder zich aan het afgesproken schema houdt. Aan de overzijde van de baan, bij de kruising, staat de coach die aangeeft of de schaatser boven of onder zijn schema zit. Zit hij er één seconde boven, dan wijst de coach met één vinger naar boven. Zit de schaatser er vier seconden onder, dan wijst de coach met vier vingers naar beneden. De communicatie tussen schaatser en coach verloopt ook via scorebordjes. Tussentijds kan de coach, omdat het goed of slecht gaat, van schema veranderen.
Zelf Schaatsen ? Het Langebaanschaatsen vraagt naast een behoorlijke conditie een goede schaats- techniek. Dit kan men bereiken door een of meerdere malen per week aan ijstrainingen deel te nemen. Om op deze uren te kunnen schaatsen, dient men lid te zijn van een ijsclub, te beschikken over een KNSB-licentie (door de vereniging aangevraagd bij de schaatsbond) en een trainingsabonnement op de kunstijsbaan te hebben. De ijsclubs hebben voor elke categorie speciale begeleiders, waarbij de trainings- programma’s worden afgestemd op het niveau van de groep. Met een KNSB-licentie heeft men tevens het recht om deel te nemen aan schaatswedstrijden, te beginnen op club-niveau.
De KNSB kent de volgende categorieën:
Meisjes en jongens pupillen F t/m 7 jaar Meisjes en jongens pupillen E 8 jaar Meisjes en jongens pupillen D 9 jaar Meisjes en jongens pupillen C 10 jaar Meisjes en jongens pupillen B 11 jaar Meisjes en jongens pupillen A 12 jaar Meisjes en jongens junioren C 13 en 14 jaar Meisjes en jongens junioren B 15 en 16 jaar Meisjes en jongens junioren A 17 en 18 jaar Dames en heren Neo-senioren 19 t/m 22 jaar Dames en heren senioren 23 t/m 39 jaar Dames en heren veteranen vanaf 40 jaar